Concerten



PROGRAMMA JANUARI 2006

Dmitri Shostakovich - Strijkkwartet nr. 8
Deel 1. Largo
Deel 2. Allegro Molto
Deel 3. Allegretto
Deel 4. Largo
Deel 5. Largo

- PAUZE -

Péteris Vasks – Strijkkwartet nr. 3
Deel 1. Moderato
Deel 2. Allegro Energico
Deel 3. Adagio
Deel 4. Moderato – Allegro

Lieve vrienden, kennissen, familie en alle andere luisteraars,

Na een periode van 2 jaar is het dan eindelijk weer zo ver, we mogen ons eigen concert geven! Omdat we na ons vorige concert (15 februari 2004) bij het spelen van de laatste noot direct heimwee kregen naar de stukken, hebben we er dit jaar voor gekozen 2 concerten gegeven, één in Schellinkhout en één in Veenendaal (hopelijk geeft dat niet dubbel zoveel heimwee...)
Ook anders dit jaar is de samenstelling van het kwartet. Evelien Rozema (cello) heeft ons na vele fantastische muzikale jaren moeten verlaten. Tegenwoordig is onze vaste celliste Linde Faber en de afgelopen tijd hebben we met zeer veel genoegen aan een stevig en vernieuwend programma kunnen werken.
Met de volgende informatie willen wij u eerst laten inleven in hoe wij als kwartet te werk gaan, alvorens u een beeld te geven van de uit te voeren stukken. Het zijn beslist geen simpele deuntjes of gemakkelijke ‘onderuit-zak’ melodiën. Het beeld wat wij u van tevoren willen meegeven zal zeker niet gebaseerd zijn op www.google.nl, maar op onze eigen belevenissen en interpretaties van de verschillende delen.


Bezetting:
1ste viool: Maartje Eijkhoudt
2de viool: Katinka Goosen
altviool: Elly Morriën
cello: Linde Faber

manager: Hans Goosen
fotograaf: Co Morriën

Met veel dank aan Jeroen Drenth voor alle coach-sessies!


Kwartetten!Kwartetten!

Een overzicht van de afgelopen maanden:
Het is zaterdagochtend en ik bel nietsvermoedend Elly op. Een nogal aanstekelijke paniek ontstaat aan de andere kant van de lijn als blijkt dat we elkaar vertellen dat zowel Katinka als Linde die zondag niet kunnen repeteren. Flarden van zinnen worden over en weer gegooid zoals “…we móeten oefenen…”, “…we redden het nooit…”, “…mensen komen voor ons…”, “…ik wil geen figuur slaan…” etc...
Mocht u een zeer kritische luisteraar zijn dan werkt voorgaande alinea natuurlijk niet in ons voordeel. Maar, dit soort momenten heeft als resultaat dat we nog harder en nog langer aan de stukken werken met als gevolg dat we met een gerust hart de concerten in kunnen gaan. Vertrouwen, discipline, passie en plezier; dat is de formule. En om de luisteraars die onbekend zijn met werken van Shostakovich en Vasks niet in het diepe te gooien, volgt een kijk in onze beleving van de stukken van deze componisten. Kwartetten!

Dmitri Schostakowitz (1906-1975)
(in onze taal alias ‘Sjos’)

Een weet alvorens in te gaan op de verschillende delen, is dat in dit gehele stuk gebruik wordt gemaakt van de ‘handtekening’ van Sjos. Deze is gebaseerd op de eerste letter van zijn voornaam, de D, en de eerste 3 letters van zijn achternaam, Sch. Dit maakt D-S-C-H. Inderdaad, H is geen toon, maar deze staat in Duitse notatie geschreven. Voor ons is de H een B. Dit maakt dus klinkend D-Es-C-B. Als u oplettend luistert, hoort u tijdens de verschillende thema’s van ieder deel minstens 1x deze handtekening en afleidingen hiervan langskomen. Dit is kenmerkend voor Shostakovich, zeker in de latere periode van zijn composities.

Het achtste strijkkwartet is waarschijnlijk het meest bekende strijkkwartet, waarin alle delen attacca (achter elkaar, zonder pauze) worden gespeeld. Ter wille van het delen van de belevingswereld en het gevoel dat wij proberen over te dragen, helpt het als u zich het volgende inbeeldt:
Deel 1: In het holst van de nacht beweegt zich langzaam een donkere gestalte over een kale en verlaten weg. Het is akelig koud en een ijzige wind snijdt door zijn kleding. Links en rechts van hem bevindt zich dichte bebossing. Het is volle maan en slechts af en toe breekt deze door de bewolking heen om de gestalte wat verlichting te bieden. Het enige wat de man voor ogen heeft is het bereiken van het eind van de weg. Een onduidelijk doel en een onduidelijke bestemming. Er zijn momenten waarop het lijkt dat hij na die bocht eindelijk zijn reis heeft voltooid, maar dan beweegt bij iedere stap de aarde onder hem terug naar het begin van zijn reis.
Deel 2: Een storm steekt op… wordt hij achtervolgd? Vluchten lukt niet, de bebossing is te dik en het is te donker. Er lijkt geen ontkomen aan…
Deel 3: Plotseling is er hoop. De maan breekt door, de wind gaat liggen en hij ziet in de verte een zwak schijnsel... Zijn pas versnelt. Plotseling bekruipt hem een dreigend gevoel: zag hij in de struiken een silhouet bewegen?
Deel 4: Hij weet het zeker. Iets zal hem verhinderen het zwakke schijnsel te bereiken. Langzaam verliest hij al zijn hoop en de aarde schuift nog verder terug…
Deel 5: Hij probeert het nog één keer maar geeft dan op. Hij zet zich vermoeid neer op de grond en zucht diep. Om zich heen is de bebossing verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een vlak en kaal landschap. Met weemoed kijkt hij terug en dan verdwijnt ook de maan...

Onze belevenis van dit stuk: “Gevoelig en zwaar beladen.”

Péteris Vasks (1946)
(in onze taal alias ‘Vassukkussuh’)

Deze voor de meeste mensen onbekende componist heeft net als Sjos bepaalde kenmerken in zijn composities. Zo maakt Vasks veel gebruik van akkoorden die haast kerkelijk kunnen klinken. Ook kan hij op de meest verrassende wijze van toonsoort veranderen door middel van het voorschrijven van een glissando (langzaam veranderen van toon door het glijden van een vinger over de snaar) lopend over één of meerdere maten. In de meeste gevallen wordt deze door één instrument ingezet, en vaak is dit voor de cello weggelegd. Deze opvallende maar rustgevende passages komen vooral in deel 1 en het eind van deel 4 voor. In deel 3 en het middenstuk van deel 4 laat Vasks echter een geheel andere interpretatie van zo een passage horen en zult u bemerken dat met dezelfde middelen een geheel ander doel bereikt kan worden. Van het rustgevende is geen sprake meer; het gaat op sommige momenten eerder in de richting van waanzinnige herrie. Maar dát is nou juist de energie van Vasks; op de meest onverwachte momenten weet hij zeer scherpe contrasten te creëren. Het gevolg hiervan is dat dit derde strijkkwartet ons steeds blijft fascineren. Om u op weg te helpen volgt weer een uitbeelding van de verschillende delen. In contrast met Sjos is de toonzetting van Vasks niet meer zo grijs, droevig en zwaar beladen. Vasks klinkt vele malen luchtiger, zelfs op die passages waar het gevoel van dreiging en frustraties van een onbeantwoorde vraag (einde van deel 2 en van deel 4) de kop opsteken.

Deel 1: Het is een vroege heldere lenteochtend. De zon staat laag aan de horizon en levert een prachtige rozerood verlichte hemel op. In de verte zijn de vogels al bezig met hun vaste voedsel-rondes. Tuin na tuin struinen ze af.
Deel 2: Een troep zenuwachtige mussen verstoort de rust. Een overmoedig roodborstje jaagt wat heggemussen weg om vervolgens zelf door een merel verdreven te worden. Een stel duiven gooit hun gewicht in de strijd. Het is chaos… De vraag is of dit ooit ophoudt, maar deze blijft onbeantwoord.
Deel 3: Zonder enige overgang is de rust weergekeerd. In de uren die verstrijken verzamelen zich onverwachts dreigende donkere wolken aan de horizon en het weer lijkt om te gaan slaan. Een enkele optimistische merel laat met luide borst zijn lied nog eens horen. Dan zoeken alle vogels hun schuilplaats op en een regenbui breekt los; kort maar krachtig.
Deel 4: Het weer is opgeklaard en uit alle windstreken klinkt weer gezang en vrolijk gekwetter. Er is echter één ding mis met het plaatje; achter de struiken schuilt de kat van de buren. Onopgemerkt en afwachtend. Het onvermijdelijke gebeurt en de sfeer slaat om naar totale paniek. Gelukkig kan er opgelucht adem worden gehaald: de kat is weggejaagd. Intussen is het laat in de middag en de zon staat weer op dezelfde hoogte als waar ze deze dag begonnen was. De dieren keren weer terug naar hun slaapplaats. Allemaal of toch niet?

Onze belevenis van dit stuk: “Kippenvel versus oordopjes.”



CONCERT IN ZUID-OOST BEEMSTER    

Zondag 15 februari 2004 speelt Quartetto Animoso in de kapel in Zuid-Oost Beemster. Op het programma staan 'Der Tod und das Madchen' van Schubert en strijkkwartet nr.1 in D-groot van Tschaikowsky. Het kwartet maakte een begeleidend schrijven bij het programma ('Het kwartetochtendje') en het Noordhollands Dagblad maakte een vooraankondiging (zie 'Pers').

Lieve familie, vrienden, kennissen en andere luisteraars,
Het doet ons plezier u te mogen verwelkomen vandaag.
Na ons vorige concert op 25 januari 2003 heeft Katinka, onze vaste tweede violiste, negen maanden stage gelopen in Engeland en is Marjolein voor die periode in ons midden geweest als vervangster. In deze formatie hebben we met veel discipline, passie en natuurlijk plezier gewerkt aan een nieuw ‘virtuoos’ programma dat wij u vandaag ten gehore willen brengen.
Voor aanvang van het concert zouden wij als muziekliefhebbers u willen uitnodigen meer inzicht te verkrijgen in de begrippen ‘discipline, passie en plezier’ zoals ze voor ons van toepassing zijn. Dit zullen we proberen uit te leggen aan de hand van een schets van een repetitiedag en een gespeeld concert van het Quartetto Animoso.


Het kwartetochtendje

‘Regelen’: Een willekeurige kwartetochtend, meestal op zaterdag, wordt voorafgegaan door intensieve voorbereidingen. Deze beslaan een hele week mailen waarin iedereen de mogelijke data en tijden doorgeeft, gevolgd door een samenvattend e-mail. U zult denken “Dat beslaat toch geen hele week?”, maar helaas schept zo’n e-mail vaak meer verwarring dan orde. Gevolg is dat een nietsvermoedend kwartetlid haar mailbox opent en de kans heeft overspoeld te worden door circa 20 mailtjes gegenereerd over de afgelopen 24 uur. In die mailtjes staan dan vragen als: “Bij wie repeteren we nou zaterdag?”, “Welke bus moest ik ook alweer nemen naar Evelien?”, “Waarom reageer je nou niet!?!? Lees je mail eens!”, “Hoe laat was het nou?”, of zelfs een simpele “???”.
Gelukkig komt het meestal op vrijdagavond wel goed en arriveren we de volgende ochtend druppelsgewijs op afgesproken plaats, maar helaas niet afgesproken tijd.
Zoals bij elke kwartetochtend zet de gastvrouw stoelen klaar, regelt passende belichting, rolt het tapijt op omwille van de akoestiek en de cello, die anders met de pin gaatjes boort in het tapijt. Vervolgens beginnen we gepassioneerd aan de thee. Dit is nodig, anders ontdooien onze vingers niet, kunnen we geen snelle ‘loopjes’ spelen en klinkt het vibrato als een vertraagde politiesirene.

‘Discipline’
Ons volgende ritueel is het zogenaamde ‘stemmen’. De eerste viool geeft een klinkende ‘A’ en de rest van ons neemt deze over. Dit ritueel is niet het leukst, maar misschien wel het belangrijkst. Het is namelijk van trommelvliesbelang dat we goed op elkaar zijn afgestemd en dat er geen dissonanten klinken als we allemaal dezelfde toon menen aan te strijken. Anders klinkt een stuk als Tschaikowsky ineens veel moderner dan eigenlijk bedoeld.
Na het stemmen wordt beslist welk stuk we gaan oefenen. Afhankelijk van hoeveel maanden nog te repeteren valt, hangt deze keuze af van plezier of van discipline. Kenmerkend voor ons is dat we vaak kiezen voor plezier. Echter, tijdens het repeteren van het op plezier gebaseerde keuzestuk heeft discipline de overhand. Voor het per repetitie 10 tot 30 keer oefenen van hetzelfde synchrone loopje (Schubert, 1e deel) draaien wij onze hand niet om.

‘Passie’
Het meest geweldige moment is het punt waarop we de synchrone loop eens zuiver en gelijk spelen, en we haast euforisch worden van voldoening over deze mijlpaal. Het hoogst behaalde niveau van voldoening is vorig jaar geweest in het Zaantheater in Zaandam. Tijdens het spelen veranderden we in een eenheid zodat het publiek bijna voor ons verdween. Zo heerlijk hebben we toen gespeeld dat het gevoel na afloop totale blijdschap omvatte en we hyperactief door de artiestengangen van het Zaantheater hobbelden.

‘Plezier’
Tussen het spelen van de muziekstukken door praten we meestal bij over de dingen die ons de afgelopen week hebben beziggehouden. Zo kan het wel eens voorkomen dat we onszelf midden in het stuk erop betrappen dat we al een kwartier lang zitten te kletsen over bijvoorbeeld nieuwe schoenen, een afgelopen schnabbel of zelfs over heel persoonlijke zaken. We zijn namelijk niet alleen maar een stel meiden die één keer in de week samenkomt om te musiceren. We (Maartje, Katinka, Marjolein, Elly en Evelien) zijn ook heel goede vriendinnen geworden. Muziek is een unieke en universele taal om met elkaar te communiceren en vaak ook een intieme manier van communicatie. Er valt namelijk niet te musiceren zonder je open te stellen voor gevoel en passie, terwijl deze aspecten in de gewone omgang vaak pas gedeeld worden in een laat stadium van vriendschap.

Wij hebben daarom ook een persoonlijk verzoek aan u:
Stelt u zich van tevoren open voor de boodschap die wij naar voren proberen te brengen als musici en laat u meevoeren in uw en onze emoties!

Geïnspireerd op het boek 'Het fijnbesnaarde strijkkwartet', geschreven door Ernst Heimeran & Bruno Aulich.